Toelating, schorsing en verwijdering

Toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen

  1. Aanleiding

In dit document schetst Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio (OOZ) de achtergronden en wettelijke kaders ten aanzien van het beleid rondom toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen en legt zij de procedure hieromtrent vast. Hiervoor is gebruik gemaakt van de informatie van VOS/ABB: brochure “Toelating en verwijdering, VO” en van de Vereniging Openbaar Onderwijs: brochure “de marges van een toelatingsbeleid in het openbaar onderwijs”.

Dit document is opgenomen in de schoolplannen en zijn van kracht op het openbaar voortgezet onderwijs vallend onder Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio (OOZ).

  1. Juridisch kader

In de volgende wetten, regelingen e.d. zijn bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op (de besluitvorming rondom) het toelatings-, schorsings- en verwijderingsbeleid van openbare scholen:

Grondwet artikel 23, er dient in Nederland voldoende openbaar onderwijs voorhanden te zijn dat algemeen toegankelijk is.
Leerplichtwet Artikel 3
WVO Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 24, 27, 42, 48
Inrichtings-besluit WVO Artikel 13, 14, 15
Awb Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:3,4:13,
WEC Wet op de expertisecentra, artikel 40
WMS Artikel 11

2.1 Mandateringsregeling Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio

CvB Integraal manager Directeur-teamleider
Schorsing van een leerling Vaststellen Advies
Verwijdering van een leerling Vaststellen Opstellen Advies

In alle gevallen, waar staat “ouders”, wordt bedoeld “ouders en/of verzorgers”.

  1. Tekst in de schoolgids en op de website

Ingevolge artikel 24 van de WVO wordt de onderstaande tekst jaarlijks opgenomen in de schoolgidsen en de websites van de scholen vallend onder OOZ, om de ouders te wijzen op het bestaan van het beleid en ze de mogelijkheid te geven de inhoud via het schoolplan of dit document tot zich te nemen.
Toelating, schorsing en verwijdering

In de wet is vastgelegd dat openbaar onderwijs vrij toegankelijk is. Toch zijn er situaties mogelijk, waarbij openbare scholen kinderen mogen weigeren, schorsen of verwijderen. Hierbij valt te denken aan dreiging van verstoring van rust en orde of het niet kunnen bieden van de benodigde zorg e.d. Omdat ouders en kinderen recht hebben op een juiste en zorgvuldige behandeling is door het bestuur van onze school een procedure vastgesteld waarin zaken als toelating, schorsing en verwijdering zijn geregeld. Deze regeling is onderdeel van het schoolplan en ligt op de school ter inzage.

  1. Toelatingsbeleid

4.1 Basisprincipes

  1. Bij het vaststellen van het toelatingsbeleid gaat het bestuur uit van de volgende uitgangspunten:
  2. Kinderen zijn leerplichtig, zodra ze de leeftijd van 5 jaar hebben bereikt. De leerplicht eindigt als tenminste 12 volledige schooljaren een school is bezocht of aan het eind van het schooljaar waarin het kind de leeftijd van 16 jaar bereikt.
  3. Ouders zijn vrij in de keuze van een school.
  4. Kinderen hebben recht op onderwijs; toelating is de regel, weigeren de uitzondering.
  5. Bij weigering zijn mogelijkheden voor plaatsing op andere scholen opgenomen.

4.2 Toegankelijkheid

Openbaar onderwijs is een basisvoorziening die is vastgelegd in de Grondwet. In beginsel moet een openbare school elke aangemelde leerling toelaten; de school is immers algemeen toegankelijk. Dat betekent niet dat een leerling nooit geweigerd mag worden: dit mag alleen nooit op grond van godsdienst of levensbeschouwelijke opvattingen, iets wat het bijzonder onderwijs juist wel mag.

4.3 Weigering

Wanneer de directeur een verzoek van ouders afwijst hun kind op een bepaald tijdstip tot de school toe te laten, is er sprake van weigering. Plaatsing op een wachtlijst is dus ook weigering.

Een wachtlijst is een ranglijst van namen van kinderen van wie de toelatingsaanvraag wegens plaatsgebrek is afgewezen onder de toezegging dat de aanvraag opnieuw in behandeling wordt genomen, zodra plaatsruimte beschikbaar komt.

4.4 Toelatingsbeleid

De directeur van de school heeft kenbaar gemaakt waar het de grens trekt bij toelating. Onderhavige regeling geeft het beleid aan en schoolregels zijn opgenomen in de schoolgids van de school. Een eventuele weigering tot toelating wordt hierop gebaseerd. De Medezeggenschapsraad (MR) heeft adviesrecht over de vaststelling en wijziging van dit toelatingsbeleid. Bij besluiten in concrete gevallen heeft de MR geen bevoegdheid.

In de schoolgids zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  1. Welke gedragsregels de school hanteert. Deze zijn opgenomen in de schoolgids. In ieder geval zijn de belangrijkste gedragsregels opgenomen (anti-discriminatiecode, pestprotocol) en een passage als “algemeen aanvaarde normen, waarden en fatsoensregels”. Deze zijn het toetsingskader voor de vraag of door toelating de rust en/of veiligheid onaanvaardbaar wordt verstoord. Ouders kennen bij aanmelding de regels van de school zodat ze daarop kunnen worden aangesproken. De gesprekspartner voor het vaststellen van gedragsregels is niet de individuele ouder, maar de MR.
  2. Wanneer de school niet kan voldoen aan de zorgbehoefte van de aangemelde leerling. De onderwijskundige en organisatorische doelstellingen van de school zijn hierbij van belang.

4.5 Weigeringsgronden

De beleidsruimte van een openbare school beperkt zich tot de volgende weigeringsgronden:

  1. De school kan de benodigde zorg niet bieden.
  2. Ernstige verstoring van de rust en orde dreigt.

Ad 1. De school kan de benodigde zorg niet bieden.

Het is niet mogelijk in het algemeen een lijn aan te geven wanneer de directie een kind kan weigeren omdat de school de vereiste zorg niet kan bieden. Op grond van rechterlijk uitspraken kunnen de volgende factoren van belang zijn voor het besluit de leerling al dan niet toe te laten:

  • Effect op onderwijs aan de reeds aanwezige leerlingen;
  • Deskundigheid van het personeel;
  • Beschikbaarheid van het personeel (tekort, ziekteverzuim)
  • De mogelijkheden van begeleiding door de ouder;
  • Benodigde middelen (kosten extra personeel);
  • De gevergde aanpassing in de organisatie, de begeleiding in het onderwijs;
  • De werkdruk;
  • Het gebouw;
  • De mogelijkheid het examen te kunnen behalen.

Deze factoren kunnen ieder voor zich in een bepaalde mate bijdragen aan een verantwoorde beslissing tot weigering over te gaan. Daarnaast zorgt de directeur ervoor dat alle inspanningen worden geleverd die van belang kunnen zijn om antwoord te geven op de vraag of er voldoende onderzoek is verricht naar de zorgbehoefte van de leerling. Te denken valt aan:

  • Zijn de ouders voldoende geïnformeerd en gehoord?
  • Is er extern medisch en/of psychiatrisch onderzoek gedaan (bijv. door de GGD)?
  • Bij de brugklasleerling; is advies gevraagd van de directeur van de basisschool?
  • Is advies gevraagd aan de vorige VO-school?
  • Zijn binnen het samenwerkingsverband VO-SVO afspraken gemaakt?
  • Bij terugplaatsing vanuit het speciaal onderwijs naar VO: is informatie gevraagd bij de speciale school?

Ad 2. Ernstige verstoring van rust en orde dreigt.

De directeur van de school heeft de ruimte om de toelating tot de school te binden aan het nakomen van gedragsregels. Hierbij kan het gaan om gedrag van het kind maar ook dat van de ouder(s). De na te komen gedragsregels moeten in de schoolgids worden vastgelegd en in ieder geval voorafgaande aan de beslissing omtrent toelating aan de ouder(s) worden voorgelegd. De ouder die op voorhand aangeeft zich niet aan die gedragsregels te houden, kan om die reden toelating tot de school worden geweigerd.

Het kind is mogelijk afkomstig van een andere school, waar het wordt verwijderd. Het verzoek tot toelating maakt dan deel uit van de verwijderingsprocedure van die andere school. De directeur motiveert waarom de overtuiging bestaat dat het kind de rust en orde op school zal verstoren. De criteria voor verwijdering van een leerling kunnen de leidraad zijn bij het besluit van de directeur een leerling de toelating tot de school te weigeren.
De geldende gedragsregels zijn het toetsingskader, samen met de vraag of de school de vereiste opvang en zorg kan bieden. 

  1. Procedure bij toelating
  2. Binnen 8 weken nadat de ouders een leerling middels een officieel aanmeldingsformulier bij de school hebben aangemeld, beslist de directeur van de school of de leerling wordt toegelaten tot de school. De termijn van 8 weken is meestal niet nodig. In de meeste gevallen kan (vrijwel)
    onmiddellijk aan betrokkene worden meegedeeld welke beslissing op de aanmelding wordt genomen.
  3. Een besluit tot weigering van een kandidaat-leerling wordt schriftelijk en met opgaaf van redenen aan de leerling en, als hij nog geen 18 jaar is, ook aan zijn ouders bekend gemaakt.
  4. Binnen zes weken kunnen de belanghebbenden bij het bevoegd gezag bezwaar maken tegen de beslissing tot weigering.
  5. Het bevoegd gezag hoort de kandidaat leerlingen en bij minderjarigheid zijn ouders, waarna binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift wordt beslist.
  6. Ouders kunnen tegen deze beslissing gerechtelijke stappen ondernemen. Dit kan middels een procedure bij de interne Bezwaar Adviescommissie (cf. reglement Bezwaar Adviescommissie Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio) of bij de bestuursrechter (voorlopige voorziening) dan wel
    middels beroep bij de rechtbank.
  1. Verwijdering van leerlingen

Verwijdering is een ingrijpende maatregel, zowel voor de school als voor de leerling en diens ouders/verzorgers. Daarom neemt het College van Bestuur, en niet de directeur of de locatieleider, het besluit om de leerling te verwijderen. De schoolleiding is dan meestal zelf betrokken geweest bij de voorbereiding van het besluit (gesprekken met de ouders/ verzorgers en met het team). Er kan een vertrouwensbreuk zijn. In zo’n geval kan het CvB de kwestie met meer distantie beoordelen. Dit kan een zorgvuldige besluitvorming bevorderen, iets waar de rechter gezien de zwaarte van de maatregel grote waarde aan hecht.

Verwijdering kan voor de leerling verstrekkende gevolgen hebben. Hij verlaat een vertrouwde omgeving, er is een breuk in zijn ontwikkelingsproces en er bestaat het risico van een terugslag op zijn verdere ontwikkeling. Dit geldt zeker bij verwijdering wegens wangedrag. Het is van groot belang dat het verwijderingbesluit aangeeft hoe het schoolbestuur een afweging heeft gemaakt tussen het belang van de school bij verwijdering en het belang van de leerling op de school te blijven. De regels met betrekking tot verwijdering staan de schoolgids vermeld.

Sinds 1 augustus 1998 is verwijdering van een leerplichtige leerling van een reguliere school voor voortgezet onderwijs uitsluitend mogelijk wanneer een andere school bereid is deze leerling toe te laten. Deze wijziging in de wet is opgenomen om te voorkomen dat leerplichtige leerlingen voortijdig het onderwijs verlaten. Een leerling die niet meer onder de leerplichtwet valt, kan wél – na zorgvuldige afweging – worden verwijderd.

6.1 Voortgezet Speciaal Onderwijs

Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) moeten in het geval van een voorgenomen verwijdering acht weken zoeken naar een mogelijkheid om de bewuste leerling elders geplaatst te krijgen. Indien dat tevergeefs blijkt, mag de school voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) toch tot verwijdering overgaan.

6.2 Rol samenwerkingsverbanden

De samenwerkingsverbanden VO-SVO hebben afspraken gemaakt over de wijze waarop scholen binnen het samenwerkingsverband omgaan met leerlingen die om de een of andere reden niet meer te handhaven zijn, maar die nog wel leerplichtig zijn. Hierbij geldt dat een leerling uitsluitend tot het praktijkonderwijs mag worden toegelaten als de regionale verwijzingscommissie (RVC) in het eerste jaar heeft bepaald dat de leerling toelaatbaar is. Voor het LWOO geldt dat voor het verkrijgen van een LWOO-bekostiging de school een LWOO-licentie moet hebben en een RVC-beschikking. Vanuit het regionale zorgbudget kan een samenwerkingsverband ook voorzien in bepaalde zorgarrangementen w.o. reboundvoorzieningen).

6.3 Verwijderingsgronden

Leerlingen kunnen om de volgende redenen van school worden verwijderd:

  1. De school kan niet aan de zorgbehoefte van de leerling voldoen; de verwijdering is onderwijskundig en organisatorisch ingegeven.
  2. Ernstig of herhaaldelijk wangedrag door de leerling en/of de ouders/verzorgers; de verwijdering is een sanctie.

Ad 1. De school kan niet aan de zorgbehoefte van de leerling voldoen.

Om te bepalen welke beslissingsruimte het bevoegd gezag heeft, is het van belang eerst vast te stellen of de leerling is aangewezen op het voortgezet regulier dan wel het speciaal voortgezet onderwijs. Een leerling hoort thuis in het speciaal voortgezet onderwijs (SVO) als in het eerste jaar door de regionale verwijzingscommissie (RVC) een beschikking LWOO of PRO (praktijkonderwijs) is afgegeven. Dit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar/beroep mogelijk is.

Mocht na het eerste leerjaar blijken dat LWOO of PRO meer geschikt zou zijn voor een leerling, dan dienen ouders hiermee in te stemmen met de overgang. Indien dat niet gebeurd, dan kan de overgang niet plaatsvinden, omdat de wet instemming vereist. Het bevoegd gezag kan dan met de RVC-beschikking, een verwijderingsprocedure in gang zetten.

Een andere mogelijkheid is dat een leerling een dermate complexe hulpvraag heeft dat het voortgezet speciaal onderwijs beste oplossing is. De school dient dat in een onderwijskundig rapport te motiveren en een positief advies van de Commissie voor de Indicatiestelling af te wachten.
Een leerling is toelaatbaar tot het voortgezet speciaal onderwijs als er een beschikking is van de Commissie voor de Indicatiestelling (CvI). In dat geval kan het probleem zich nog voordoen dat de speciale school het verzoek om toelating afwijst, bijvoorbeeld omdat de school vol is.

De reguliere VO-school is niet verplicht de leerling op de school te handhaven. De school zal dan echter wel voldoende moeten kunnen motiveren waarom zij de vereiste zorg niet kunnen bieden. In dat geval kan een verwijderingsprocedure gestart worden. De ouders kunnen ofwel de verwijdering aanvechten, ofwel een speciale school elders om toelating verzoeken, ofwel de weigering van de VSO-school aanvechten. Ook als een leerling formeel wel thuishoort in het reguliere onderwijs, dan nog kan de school van mening zijn dat zij niet de vereiste zorg kan bieden, zodat de leerling niet op de school kan blijven. De procedure in dit soort gevallen dient helder in de schoolgids te zijn opgenomen. In het kader van het samenwerkingsverband VO-SVO zijn over deze categorie leerlingen afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat geen kind tussen wal en schip raakt.

Ad 2. Ernstig of herhaaldelijk wangedrag door kind en/of ouders/verzorgers. 

2.a Schorsing

Aan de verwijdering als strafmaatregel of sanctie gaat vaak eerst een time-out en een schorsing vooraf om de ernst te onderstrepen. De time-out of afkoelingsperiode is een ordemaatregel en de schorsing een strafmaatregel. Bij een schorsing als strafmaatregel is er sprake van een ernstig vergrijp; vaak is er al het een en ander aan vooraf gegaan en zijn leerlingen / ouders er vaak al schriftelijk op gewezen dat bij een volgende gebeurtenis een schorsing zal worden overwogen. Gebeurt dat daadwerkelijk en is er sprake van een opmaat tot verwijdering, dan is het noodzakelijk dat ouders er in het schorsingsbesluit op worden gewezen dat bij een volgende gebeurtenis overwogen wordt om het bestuur te vragen de leerling van de school te verwijderen. Schorsing vindt plaats op basis van het Inrichtingsbesluit WVO.

Met opgaaf van redenen kan een leerling voor maximaal één week worden geschorst.

Alvorens tot een dergelijke schorsing over te gaan, overlegt de schoolleiding eerst met het College van Bestuur. Schorsing langer dan een dag wordt tevens schriftelijk met opgave van redenen, medegedeeld aan de onderwijsinspectie. Dit besluit wordt schriftelijk vastgelegd, met daarbij vermelding van de redenen / noodzaak. Het besluit wordt schriftelijk aan de leerling – als deze nog geen 21 jaar is- aan de ouders bekend gemaakt.

De schorsingsdag(en) wordt (worden) gebruikt om een gesprek te voeren met de ouders en eventueel de leerling om deze ernstige waarschuwing te onderstrepen en afspraken te maken over het vervolgtraject. Hierin kan ook de mogelijkheid tot verwijdering worden besproken als vervolgstap.

2.b Verwijdering

Er is wangedrag denkbaar waarbij onmiddellijke verwijdering geboden is, zonder de genoemde eerdere maatregelen, schorsing, of voorafgaande waarschuwing. Dit geldt alleen in zeer ernstige gevallen.

Een leerling die de rust of de veiligheid op school ernstig verstoort, kan eveneens worden verwijderd. Het moet gaan om herhaald wangedrag, dat een negatieve invloed heeft op de andere leerlingen en op de gang van zaken op school.

Van wangedrag kan in uiteenlopende situaties sprake zijn: bijvoorbeeld (herhaaldelijk) schoolverzuim, overtreding van de schoolregels, agressief gedrag, bedreiging, vandalisme dan wel seksuele intimidatie. Ook het wangedrag van ouders/verzorgers, zoals (herhaalde) intimidatie van leerkrachten, andere ouders of leerlingen, kan een reden zijn de leerling te verwijderen. Om tot verwijdering over te gaan moet het wangedrag in ieder geval ernstig zijn.

De gedragsregels over hoe de school met wangedrag omgaat en wanneer de grens bereikt is, moeten duidelijk zijn voor ouders en leerlingen. Deze regels zijn opgenomen in de schoolgids.

Voordat tot verwijdering wordt overgegaan, is er al het een en ander gepasseerd en zijn er pogingen ondernomen om binnen de school en in overleg met de ouders de leerprestaties of het gedrag van de leerling te veranderen en te verbeteren. Hierbij kan bij wangedrag gedacht worden aan schorsing of gedragsafspraken. Ook moet ouders duidelijk zijn gemaakt dat bij de eerstvolgende herhaling tot verwijdering wordt overgegaan.

De directeur houdt een dossier bij. Hierin staat vermeld welke maatregelen er genomen zijn, welke gesprekken er met de ouders zijn gevoerd, en andere ( belangrijke) gegevens over deze problematiek. Van de gesprekken met de ouders worden verslagen in het dossier opgenomen. De verslagen zijn door de betrokkenen voor kennisname ondertekend. Dat voorkomt later de nodige discussie. 

  1. Procedure: Time out
  • Een ernstig incident leidt tot een time-out met onmiddellijke ingang.
  • Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
  • In geval van een time-out wordt de leerling door de directeur voor de rest van de dag de toegang tot de school ontzegd.
  • Tenzij redelijke gronden zich daartegen verzetten worden de ouders onmiddellijk van het incident en de time-out gemotiveerd op de hoogte gebracht.
  • De time-out maatregel kan eenmaal worden verlengd met 1 dag. Daarna kan de leerling worden geschorst voor maximaal 1 week. In beide gevallen dient de directeur vooraf of – indien dat niet mogelijk is – zo spoedig mogelijk na het effectueren van de maatregel contact op te nemen met de ouders.
  • De directeur nodigt de ouders op school uit voor een gesprek. Hierbij is de betreffende leerkracht aanwezig.
  • Van het incident en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. (zie voor voorbeeldverslag bijlage 1). Dit verslag wordt door de ouders voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen1) .
  • De time-out maatregel wordt na toepassing schriftelijk gemeld aan het College van Bestuur, de inspectie en de leerplichtambtenaar.
  • De time-out is geen officieel instrument, maar kan niettemin bruikbaar zijn bij onveilige situaties of bij het herstellen van de rust binnen de school: het is principieel geen strafmaatregel, maar een ordemaatregel in het belang van de school; daarom geen aantekening van de time-out maar een verslag van het incident in het dossier van de leerling. 
  1. Procedure: Schorsing

Pas bij een volgend ernstig incident, of in het afzonderlijke geval dat het voorgevallen incident zo ernstig is, kan worden overgegaan tot een formele schorsing.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • De directeur maakt melding van zijn voorgenomen handeling aan het College van Bestuur en vraagt om goedkeuring.
  • De directeur meldt de situatie aan de leerplichtambtenaar en de inspectie op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel.
  • Gedurende de schorsing wordt de leerling de toegang tot de school ontzegd. Voor zover mogelijk worden er maatregelen getroffen waardoor de voortgang van het leerproces van de leerling gewaarborgd kan worden2).
  • De schorsing bedraagt maximaal 1 week3).
  • De directeur draagt er zorg voor dat het besluit schriftelijk wordt kenbaar gemaakt aan de betrokken ouders en dat de schorsing is gebaseerd op deugdelijke afweging van belangen.
  • De desbetreffende brief wordt namens het College van Bestuur ondertekend door de directeur.
  • De betrokken ouders worden door de directeur uitgenodigd voor een gesprek betreffende de maatregel. Hierbij dienen nadrukkelijk oplossingsmogelijkheden te worden verkend, waarbij de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de opvang van de leerling op school aan de orde komen.
  • Van de schorsing en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de ouders voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen.
  • Het verslag wordt ter kennisgeving verstuurd aan:
  • het College van Bestuur
  • de leerplichtambtenaar van de woongemeente van de leerling
  • de inspecteur van het onderwijs
  • Ouders kunnen bezwaar maken bij het College van Bestuur. Het CvB beslist uiterlijk binnen 14 dagen op het bezwaar.
  • 2) Schorsing mag niet betekenen dat het doen van toetsen wordt belemmerd. Dit vraagt passende maatregelen, bv. het wel tot de school toelaten voor het doen van deze toets.
  • Daarnaast kan het beschikbaar stellen van (thuis)studiemateriaal tot de mogelijkheden behoren.
  • 3) Wezenlijk is dat de schorsing aan een maximum termijn gebonden is; zij mag geen verkapte verwijdering worden; de termijn is zo gekozen dat in het ernstigste geval de school voldoende tijd ter beschikking heeft om een eventuele verwijderingsbeslissing op zorgvuldige wijze voor te bereiden.
  1. Procedure: Verwijdering

Bij verwijdering gelden de volgende voorwaarden:

  • Verwijdering van een leerling van een school is een beslissing van het College van Bestuur. Er is voorgeschreven dat er eerst wordt besloten tot een voornemen tot verwijdering en dat daarna het besluit tot daadwerkelijke verwijdering wordt genomen.
  • Voordat men een beslissing neemt, vraagt het College van Bestuur de mening van de betrokken leerkrachten, de directeur en van de inspectie . Hiervan wordt een verslag gemaakt dat aan de ouders ter kennis wordt gesteld en door de ouders voor gezien wordt ondertekend.
  • Het verslag wordt ter kennisgeving opgestuurd naar:

– De leerplichtambtenaar van de gemeente

– De inspecteur van het onderwijs

De ouders worden door de directeur schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek waarin wordt gesproken over het voornemen van het College van Bestuur om over te gaan tot verwijdering. De directeur en de ouders zullen de voorgaande periode geregeld met elkaar hebben gesproken.

Door dit gesprek weten de ouders dat het schoolbestuur niet langer bereid is de oplossing op de huidige school te zoeken en dat er een nieuwe fase in werking treedt die op verwijdering is gericht. In het gesprek wordt aangegeven waarom het belang van de leerling en de ouders moet wijken voor het belang van de school. In het gesprek wordt tevens de verdere procedure toegelicht, hierin wordt de mogelijkheid tot bezwaar maken tegen het definitief besluit medegedeeld. Het gesprek dient ook om van de ouders te vernemen wat zij van de voorgenomen verwijdering vinden. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt.

Geeft het gesprek met de ouders geen aanleiding van het voornemen af te zien, dan ontvangen ouders schriftelijk en onderbouwd het bericht dat er geen aanleiding is om af te wijken van het voorgenomen besluit, met verwijzing naar het horen.

Gedurende acht weken vanaf het moment dat tot verwijdering is besloten moet de directeur zoeken naar een andere school die bereid is de leerling toe te laten. De directeur moet ‘aantoonbaar’ gezocht hebben, wil verwijdering toelaatbaar zijn. Het gaat om een zogenaamde inspanningsverplichting. Dat betekent dat de directeur het redelijkerwijs noodzakelijke moet hebben gedaan om toelating elders te bewerkstelligen. Daarbij geldt dat niet alleen gekeken moet worden bij de scholen van de eigen denominatie, maar ook bij andere scholen. De directeur moet alle scholen benaderen die op een redelijke afstand van de eigen school zijn gelegen.

Indien een school bereid is gevonden om de leerling toe te laten, kan het schoolbestuur definitief tot verwijdering overgaan. Dit wordt schriftelijk aan de leerling en ouders medegedeeld. Daarbij wordt gemotiveerd aangegeven waarom het belang van de school bij verwijdering zwaarder heeft gewogen dan het belang van de leerling om op de school te blijven.

Indien in de acht weken geen school bereid is gevonden de leerplichtige leerling toe te laten en de school ondanks haar zorgplicht geen kans ziet de leerling te handhaven dan kunnen mogelijke oplossingen worden gezocht in;

  1. reboundvoorziening (zorgadviesteam, leerlingbegeleider en leerplichtambtenaar kunnen hierin ondersteunen) Deelname is niet vrijblijvend en gebeurd zo nodig met drang in samenspraak met leerling en ouders. De school waar de leerling staat ingeschreven, blijft gedurende de plaatsing in de rebound verantwoordelijk voor het onderwijs aan de leerling.
  2. gewogen dan het belang van de leerling op de school te blijven.

Ouders kunnen binnen zes weken na de beslissing van het College van Bestuur een bezwaarschrift indienen bij het bestuur.

Ouders moeten na het indienen van het bezwaarschrift de gelegenheid hebben gehoord te worden. Zij beslissen zelf of zij hier wel of geen gebruik van willen maken.

Na ontvangst van het bezwaarschrift (en eventueel het horen van de ouders/verzorgers) wordt binnen vier weken een definitieve beslissing genomen door het bestuur.

Ouders hebben de gelegenheid om binnen zes weken na deze beslissing in beroep te gaan bij de rechter.

Leerlingenstatuut

  1. School: De Thorbecke Scholengemeenschap, Dr. Van Heesweg 1, 8025 AB Zwolle.
  2. Het Bestuur: Het College van Bestuur van de stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio.
  3. Leerlingen: leerlingen die op school staan ingeschreven.
  4. Ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen op het Voortgezet Onderwijs (WVO).
  5. directeur: de rector van de school, in de zin van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO).
  6. Schoolleiding: de directeur in de zin van de WVO en de teamleiders.
  7. Personeel: het aan de school verbonden onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel.
  8. Docenten: leden van het personeel die een onderwijstaak vervullen.
  9. Geleding: alle leerlingen, alle ouders of al het personeel.
  10. Medezeggenschapreglement: het reglement als bedoeld in artikel 23van de Wet Medezeggenschap onderwijs (WMO).
  11. Medezeggenschapsraad: de raad als bedoeld in artikel 4 van de WMO.
  12. Schoolplan: de schooldocumenten als bedoeld in artikel 24 van de WVO.
  13. Inspectie: de inspecteur die belast is met het toezicht op het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 113 van de WVO.
  14. Scala: een audiovisuele display, waarop informatie wordt verstrekt aan de leerlingen
  15. Contactpersoon: een medewerker van de school die is aangesteld om leerlingen en/of ouders die klachten hebben over (seksuele) intimidatie, discriminatie en extremisme binnen de schoolorganisatie te horen en te adviseren over de vervolgprocedure.
  16. De website van de school: http://www.thorbecke-zwolle.nl/.
  17. Buitenverblijf: een overdekte voorziening aan de zuidkant van de school bestemd voor rokende leerlingen.
  18. Onioth: de leerlingenvereniging van de Thorbecke Scholengemeenschap. 

Artikel 2. Leerlingenstatuut

  1. Dit Leerlingenstatuut legt de rechten en plichten van de leerlingen vast, die staan ingeschreven op de Thorbecke Scholengemeenschap en bevat tevens de daaruit voortvloeiende opdrachten aan de andere geledingen en aan het Bestuur
  2. Het statuut is bindend voor alle geledingen, met inachtneming van de bepalingen in het medezeggenschapsreglement en wettelijke bepalingen.
  3. Wijzigingen in het Leerlingenstatuut zijn alleen mogelijk in overleg met de Medezeggenschapsraad. Het statuut wordt vastgesteld voor de duur van twee schooljaren. Zonder wijzigingen wordt het geldende statuut voor twee volgende jaren door de MR vastgesteld.
  4. Het Leerlingenstatuut wordt binnen de school zodanig gepubliceerd dat iedereen er kennis van kan nemen.

Artikel 3. Recht op informatie

  1. Namens het Bestuur draagt de directeur er zorg voor, dat voorafgaande aan de inschrijving aan de leerlingen en de ouders voldoende informatie wordt verstrekt over de school.
  2. Het Leerlingenstatuut wordt gepubliceerd op de website van de school.
  3. Namens het schoolleiding draagt de directeur er zorg voor, dat exemplaren van het schoolplan en de schoolgids van de school, van het medezeggenschapsreglement en van andere reglementen die voor leerlingen van belang zijn, voor ieder zijn in te zien. De lesroosters dienen te kunnen worden ingezien op een bij de leerlingen bekende plaats.

Artikel 4. Recht op privacy

In het schoolveiligheidsplan dat door OOZ ontwikkeld is, staan privacyafspraken vermeld in hoofdstuk 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5.

Artikel 5. Recht op Veiligheid

De TSG wil dat leerlingen en docenten zich veilig voelen. De school doet er alles aan om de veiligheid te garanderen. In de mentorlessen praten de docenten met de leerlingen over de veiligheid. Maar Op de website van de school staat informatie voor ouders en docenten om digitaal pesten te voorkomen. De conciërges houden intensief toezicht in de pauzes. Er hangen camera’s die de fietsenstalling, het parkeerterrein, het buitenverblijf en de ingangen van school ‘bewaken’. Iedere leerling heeft ook een kluisje voor zijn spullen.

Incidenten op het gebied van veiligheid worden geregistreerd. Er zijn afspraken met de politie over de veiligheid op school. De conciërges hebben het recht om, in overleg met de directeur, de inhoud van de kluisjes te controleren op vuurwerk, wapens en drugs.

De TSG heeft een officieel plan voor calamiteiten, persoonlijk letsel of ontruiming dat wordt uitgevoerd door de BedrijfsHulpVerlening (BHV). In de gangen hangen de ontruimingsplattegronden. Ook ligt er een plan voor wat de docenten van lichamelijke oefeningen doen als een leerling geblesseerd raakt. (zie blessures onder veiligheid en regels op de website van school).

Artikel 6. Vrijheid van vergadering

  1. Leerlingen hebben vrijheid van vergadering. In overleg met de schoolleiding worden afspraken gemaakt omtrent tijd en plaats van vergadering, indien deze in de school en onder schooltijd plaatsvindt. Dit geldt bijvoorbeeld voor leerlingen van Onioth.
  2. Anderen worden toegelaten tot de vergadering wanneer deze op de monitoren, die overal in school hangen, staan aangekondigd of op uitnodiging van de voorzitter. 

Artikel 7. Vrijheid van meningsuiting

  1. De leerlingen hebben het recht in overleg met de schoolleiding een eigen communicatiemiddel uit te brengen.
  2. De leerlingen bepalen de inhoud van dat communicatiemiddel onder auspiciën van een door de schoolleiding aangewezen personeelslid.

Artikel 8. Pestprotocol

De TSG heeft een pestprotocol waarin onder andere is vastgelegd welke stappen de school gaat zetten in het geval van pesten: met wie wordt er gepraat, wie daarbij zijn, en welke stappen er worden gezet om pesten te voorkomen en tegen te gaan.

Artikel 9. Rechten op medezeggenschap

  1. Het jaarverslag OOZ/VO wordt voor 1 december van daaropvolgende schooljaar aan de leerlingengeleding van de MR toegezonden.
  2. De leerlingenraad kan over alle aangelegenheden gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen aan de MR, de schoolleiding en aan het Bestuur
  3. Alle leerlingen hebben het recht zich verkiesbaar te stellen voor zowel de leerlingenraad als de leerlingengeleding binnen de M.R. 

Artikel 10. Toelating en bevordering

  1. De openbare school is in principe toegankelijk voor alle leerlingen.
  2. Aan de toelating kunnen eisen worden gesteld in verband met de vooropleiding dan wel de prestaties in de te volgen vakken; ook kunnen de criteria betrekking hebben op de zorg die de school kan bieden en op de beoordeling of door toelating ernstige verstoring van rust en orde op school dreigt.
  3. De schoolleiding beslist over de toelating.
  4. Ten aanzien van de toelating in de brugklas kan overleg plaatsvinden met de basisschool.
  5. Een besluit tot weigering van toelating wordt schriftelijk en met opgave van redenen aan de betrokkene en indien deze minderjarig is, ook aan de ouders meegedeeld, waarbij tevens de mogelijkheid van beroep wordt vermeld.
  6. Binnen 30 dagen kan een herziening van een besluit tot weigering van toelating schriftelijk worden aangevraagd door de leerling of de ouders bij het Bestuur. Op dit verzoek wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen beslist, na overleg met de inspectie. Er wordt pas beslist nadat de leerling en/of de ouders gehoord zijn en inzage hebben gehad in de betreffende adviezen en rapporten.
  7. De docentenvergadering dan wel deelvergadering beslist, afhankelijk van de daartoe vastgelegde taakverdeling over de toelating van de leerling tot het volgende leerjaar en adviseert daarbij over de te vervolgen loopbaan de leerling. Dit advies is bindend. De leerling wordt in kennis gesteld van het uitgebrachte advies.
  8. Ouders kunnen via de teamleider revisie aanvragen van het besluit bij de directeur. Binnen 24 uur nadat de leerling bericht heeft ontvangen over de beslissing kunnen de teamleider, de mentor, een lesgevende docent, ouders /verzorgers maar ook de leerling zelf bij de directeur een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot revisie indienen via mail. Het adres is te verkrijgen via de leerlingenadministratie van de school. De directeur beslist na intern overleg of hij het verzoek behandelt. Dit is afhankelijk van de nieuwe gegevens of wanneer tijdens de overgangsvergaderingen sommige aspecten onvoldoende zijn besproken. Na de revisievergadering krijgen de ouders en leerling de uitslag. Deze is onherroepelijk.

Artikel 11. Kosten van het onderwijs

(zie website: schoolkosten)

Artikel 12. Huiswerk

  1. Leerlingen hebben de plicht het aan hen opgegeven huiswerk te maken.
  2. De mentor en teamleiding zien er op toe dat het huiswerk over de weken van het schooljaar goed verdeeld wordt.
  3. De leerlingen hebben er recht op dat door docenten gecorrigeerd werk besproken wordt.
  4. De school organiseert naar vermogen werkplekken, waar leerlingen rustig hun huiswerk kunnen maken.
  5. Verder gelden volgende specifieke huiswerkregels voor leerlingen in de onderbouw:
  6. Voor de eerste schooldag na een vakantie van een week of meer, wordt in klas 1 en 2 geen huiswerk opgegeven.

 Artikel 13. Toetsing en beoordeling

(zie website van de school: veiligheid en regels)

Artikel 14. Schoolonderzoek en examens

(zie website van de school : examenreglement en PTA)

De leerlingen in de examenklassen ontvangen vóór 1 oktober van het schooljaar waarin zij eindexamen doen een voor de school geldend exemplaar van de regeling schoolonderzoek en examens. 

Artikel 15. Ziekte en Verzuim

(zie website van de school: onderwerp 4: ziekte en afwezigheid)

Artikel 16. Lesuitval

  1. Lesuitval en tussenuren dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.
  2. Bij het uitvallen van lessen als gevolg van de afwezigheid van docenten wordt zo snel mogelijk aan de leerlingen bericht gegeven, op scala en op de website.

Artikel 17. Lesvervangende en niet-lesgebonden activiteiten

  1. Onder lesvervangende activiteiten wordt verstaan: activiteiten met verplichte deelname (die eventueel buiten het schoolgebouw kunnen plaatsvinden) en die naar aard en omvang redelijkerwijze geacht kunnen worden in de plaats te komen van de normale lessen en waarbij zowel de leerlingen als de docenten betrokken zijn.
    Onder niet-lesgebonden activiteiten wordt verstaan: activiteiten met vrijwillige deelname die buiten de lesuren en binnen of buiten schoolgebouw plaatsvinden. Het beleid ten aanzien van deze activiteiten wordt op de website gepubliceerd.
  2. De activiteiten kunnen worden geïnitieerd door de schoolleiding, de docenten, ouders en /of leerlingen.
  3. De schoolleiding doet tijdig aankondiging van de activiteiten, en geeft tevens aan bij welke de deelname verplicht is en wat de eventuele kosten zijn.
  4. Leerlingen hebben recht op voldoende begeleiding van docenten bij niet-lesgebonden activiteiten die door schoolleiding zijn georganiseerd.
  5. De schoolleiding stelt desgewenst ruimte beschikbaar voor door leerlingen georganiseerde niet- lesgebonden activiteiten en zorgt voor voldoende begeleiding binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.
  6. De leerlingen zijn verplicht de door hen in het kader van niet-lesgebonden activiteiten gebruikte ruimten en materialen van de school opgeruimd achter te laten.

Artikel 18. Orde- en gedragsregels 

RECHTEN

  1. Leerlingen hebben het recht voorstellen te doen aan de schoolleiding over alle zaken die betrekking hebben op hun positie binnen de school.
  2. Pauzes, vrije uren en tussenuren door lesuitval kunnen door de leerlingen doorgebracht worden in de daartoe door de schoolleiding aangewezen ruimten binnen en buiten de school.
  3. Voor leerlingen in de Tweede fase geldt een aparte regeling tussenuren. De regeling staat gepubliceerd op de website van de school.
  4. De leerlingen hebben vrijheid van uiterlijk. Slechts op grond van veiligheidseisen, of als de kleding als aanstootgevend of beledigend kan worden beschouwd kan de schoolleiding bepaalde kleding verbieden.
  5. De leerlingen hebben recht op gelegenheid tot lichamelijke verzorging (toiletbezoek etc.).
  6. Het gebruik van mobiele communicatiemiddelen is geregeld in de huisregel top 10.
  7. Het ongevraagd of onder dwang maken van bv. foto- / film- / geluidsopnames is ten strengste verboden. Met toestemming gemaakte opnames mogen alleen met toestemming van de schoolleiding in roulatie worden gebracht of gepubliceerd. Overtredingen kunnen leiden tot onmiddellijke verwijdering van school.
  8. In school en op het schoolterrein is gebruik/aanzet tot gebruik van alcoholische dranken en drugs verboden.
  9. Het is leerlingen ten strengste verboden vuurwerk bij zich hebben, aan te zetten tot gebruik of zelf te gebruiken.
  10. Indien een leerling zich gekwetst voelt door een benadering of intimiteit van de kant van medeleerlingen of personeelsleden, dan kan hij zich tot de mentor, de teamleider of een contactpersoon wenden. 

PLICHTEN

  1. Indien een leerling naar het oordeel van de docent de voortgang van de les verstoort, kan hij/zij verplicht worden de les te verlaten en zich bij de teamleider te melden.
  2. Ieder is verplicht de door haar/hem gebruikte ruimten opgeruimd achter te laten.
  3. De leerling houdt zich op de terreinen en in de gebouwen van de school en bij activiteiten die onder de verantwoordelijkheid van de school vallen aan de voorschriften die op de school gelden.
  4. Leerlingen zijn verplicht corveediensten te verrichten en gehoor te geven aan aanwijzingen van personeel met betrekking tot veiligheid, orde en netheid in en om de schoolgebouwen.
  5. Tijdens excursies en werkweken worden leerlingen geacht te handelen in overeenkomst met het reglement Excursies en Werkweken. (zie website van de school: Reglement Excursies en Werkweken)

GEDRAGSREGELS. (zie website: regels en afspraken: punt 1 (huisregel top 10) en punt 2 (overige gedragsregels)

Artikel 19. Schade

  1. Ten aanzien van aansprakelijkheid bij door of aan leerlingen toegebrachte schade gelden de hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
  2. De ouders van een leerling die schade heeft veroorzaakt, worden hiervan door de school in kennis gesteld. Indien de leerling volgens de wet meerderjarig is, wordt hij zelf aansprakelijk gesteld.
  3. Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het schoolgebouw, eigendommen van de school of eigendommen van derden, kunnen door de schoolleiding disciplinaire maatregelen worden getroffen.

STRAFMAATREGELEN

Artikel 20. Straffen

  1. Tegen de handelingen van de leerlingen in strijd met de voorschriften die binnen de school gelden, kunnen disciplinaire maatregelen worden getroffen.
  2. De volgende straffen, opklimmend in zwaarte, kunnen aan leerlingen worden opgelegd:
    a. een mondelinge waarschuwing
    b. melden bij de conciërge om acht uur
    c. het verrichten van strafwerk
    d. het ontzeggen van de toegang tot bepaalde lessen voor een korte tijd (time-out)
    e. Voor verdergaande maatregelen zie website: regels en afspraken: punt 13 (regeling, toelating, schorsing, verwijdering)

Artikel 21 Klachtenregeling (zie Klachtenregeling OOZ)
http://www.openbaaronderwijszwolle.nl/Ouders/PublishingImages/Klachtenreglement%20OOZ%202011%20(CIK)%20inwerkingtreding%2020111108.pdf 

Blessures bij Lichamelijke Opvoeding

Geblesseerd geraakt bij de gymles? De docenten lichamelijke opvoeding helpen de leerlingen!

Lichte blessures

  • Blessurebeoordeling door de docent LO
  • Leerling vervolgt lessen; komt na 1 of 2 uren terug bij docent: controle
  • Leerling moet naar huis: zie verder lichte/middelzware blessu­res

Lichte/middelzware blessures

  • Blessurebehandeling door de docent LO
  • De leerling gaat naar huis, begeleid door een conciërge, docent of ouder(s)
  • Eventueel advies om huisarts te bezoeken bij aan­hou­den­de klachten
  • Ouders informeren over het voorval in de les LO
  • Bij twijfel uitgaan van middelzware/zware blessure

Middelzware/zware blessures

  • Blessurebehandeling door de docent LO. Bij twijfel aan diagnose, gedi­plo­meerd EHBO’er laten komen. Indien niet aanwezig verwijzen naar huisarts; Direct naar ziekenhuis wordt afgeraden omdat dit kosten met zich meebrengt.
  • Bij doorverwijzing naar huisarts: indien mogelijk de leerling vervoeren per auto of rolstoel (bij aandoening van de bovenste ledematen.) in overleg met ouders.
  • Is de blessure dusdanig erg dat de leerling niet verplaatst kan worden, dan een ambulance bellen. Begeleiding door docent, conciërge, ouder(s), BHV’er of docent LO: spoedig mogelijk contact met de ouders opnemen en direct de mentor en teamleider inlichten.

Deze regels zijn richtlijnen voor de docenten lichamelijk onderwijs on­der verantwoordelijkheid van de directie. Op grond van deze regels kunnen leden van de sectie lo niet aan­spra­kelijk worden gesteld.

Thorsporregels

Uitgangspunten

Voor de volledigheid brengen we je de volgende uitgangspunten even onder ogen:

  • O.-plicht voor alle leerlingen blijft bestaan. Ben je door uiterste nood toch verhinderd dan afmelden bij de teamleider. Houdt de donderdag­mid­dag dus vrij! Plan hier dus ook geen afspraken met de tandarts en andere des­kundi­gen.
  • Ook langdurig geblesseerde leerlingen kunnen aan dit sport­pro­ject mee doen. Voor hen zijn er minder actieve onderde­len in het pro­gramma opgenomen of liggen er andere opdrachten.
  • Geblesseerde leerlingen, die niet mee kunnen doen met hun onder­deel, dienen zich bij een van de gymdocenten te melden. In overleg zal dan gekeken worden waar je wel aan mee kan doen.
  • De aanwezigheid wordt door diverse begeleiders en docenten bijgehouden. Dit ter
    verantwoording aan ouders en directie.
  • Alle activiteiten, zo ook het gaan naar en van de diverse loca­ties, worden door de
    schoolverzekering gedekt.
  • Voor vervoer naar en van de diverse activiteiten moet men zelf zorg dragen.
  • De activiteiten, dus ook het buitengebeuren, gaan onder alle weers­omstandigheden door, mits op de dag zelf anders is aangegeven.

Reglement

  • Zorg tijdig van school te vertrekken om stipt op tijd op de betreffen­de locatie aanwezig te zijn. De begintijden staan ver­meld bij de onderdelen. Alles op en rond school begint in princi­pe om 14.30 uur. Alles “verder weg” begint om 14.45 of 14.50 uur. Zorg ervoor dat je dan omgekleed klaar staat. Let echter goed op en houdt ook het bord in de gaten want er kan best eens van afgeweken worden. Ook is het mogelijk dat één onderdeel geduren­de hetzelfde blok ver­schillende begintijden heeft. Kom je te laat dan wordt dit genoteerd. Bij herhaling volgt een sanctie.
  • Zorg voor gepaste, functionele kleding, voor zaalsporten schoon schoeisel.
  • Op diverse plaatsen is douchen na afloop mogelijk, denk aan een handdoek.
  • Een gezellig napraten in kantine van zwembad, fitnesscen­trum etc. is bijna een vanzelfsprekendheid. Toon ook hier een gezellig, sfeervol- en een leerling van de Thorbecke waardig gedrag.
  • Mocht er vóór, tijdens of direct na een activiteit onverhoopt iets gebeuren, stel de administratie van de school hier zo snel mogelijk van op de hoogte (038 4564560).

Presentieregel

Algemeen: Voor het vak L.O. is het essentieel dat leerlingen in de lessen aanwezig zijn (vereist in het examenprogramma). Naast de normale schoolregels bij absentie, geldt daarom voor Thorspor in de examenklas het volgende:

Afwezig met geldige reden:

  • Gedurende de gehele Thorspor periode (13 lessen) is het geoorloofd om 1x met geldige reden afwezig te zijn. De reden moet bekend zijn bij, en goedgekeurd zijn door de teamleider. Dit geldt dus ook bij ziekte. Ben je vaker afwezig (met een geldige reden), zul je de les in moeten halen.
  • Mis je meer dan 3 Thorspor lessen, zul je daarnaast ook nog een extra opdracht moeten doen.
  • Let op: ook het volleybaltoernooi telt mee als Thorspor les.

Afwezig zonder geldige reden:

  • Mis je een Thorspor les zonder geldige reden, dan moet je deze les (dus 2 lesuren) inhalen + 2 uur nakomen bij de teamleider.
  • Mis je meer dan 3 Thorspor lessen, zul je daarnaast ook nog een extra opdracht moeten doen.
  • Ben je meer dan 15 minuten te laat, dan wordt deze Thorspor les als afwezig zonder geldige reden beschouwd.

Lessen inhalen:

  • De lessen moeten vóór de voorjaarsvakantie ingehaald zijn.
  • Met gemiste lessen inhalen bedoelen we dat je mee gaat doen met gewone LO lessen van een andere klas. Neem zelf het initiatief door contact op te nemen met een L.O. docent.

Extra opdracht:

  • Wanneer je méér dan 3 Thorspor lessen moet inhalen, krijg je er een extra opdracht bij. Daarnaast zul je de gemiste uren nog steeds in moeten halen.
  • Wanneer je deze opdracht krijgt, mag je daarna geen les ongeoorloofd meer missen.

Eisen extra opdracht:

  • De extra opdracht bestaat uit het maken van een werkstuk over de gemiste onderdelen.
  • De opdracht krijg je van ons (eventueel via de teamleider) uitgereikt.
  • De opdracht moet ingeleverd zijn vóór de voorjaarsvakantie.

Veiligheid op school

Op de TSG is veiligheid altijd iets heel vanzelfsprekend geweest. Toen de inspectie van het onderwijs in het kader van de periodieke doorlichting van de school hier vorig jaar vragen over stelde aan leerlingen, reageerden zij daarop verbaasd met de woorden: ‘veiligheid, dat is er gewoon’. Meerdere conciërges zijn in de pauzes en voor en na schooltijd op het plein en in de fietsenhokken te vinden. Ze kennen de meeste leerlingen bij naam en daardoor ontstaat er een goede sfeer op school en of het plein.

Pesten

Veiligheid op school staat ook voor een tolerante leefomgeving waar geen plaats is voor pesterijen en discriminatie. Docenten en mentoren besteden tijdens hun lessen en in gesprekken met leerlingen geregeld aandacht aan de schoolregels, pesten en vooroordelen.

Vrijhaven

Onze school moet een vrijhaven zijn waar leerlingen en medewerkers om kunnen gaan met verschillen en elkaar met respect bejegenen. Als dit niet vanzelfsprekend is, dan moeten wij daar hard aan werken.

Reglement excursies en werkweken

  1. Als leerlingen deelnemen aan een excursie of werkweek georganiseerd door de TSG, gaan zij automatisch akkoord met de afgesproken regels en programma onderdelen.
  2. Leeftijd (18 jaar) speelt geen rol in het nakomen van regels; leerlingen moeten ten alle tijden het gezag van personeel accepteren
  3. Het in bezit hebben van wapens, drugs of andere verboden artikelen(vb vuurwerk) kan leiden tot het naar huis sturen van leerlingen. De kosten van de reis zijn de verantwoordelijkheid van de leerling en/of ouders.
  4. Drankgebruik door leerlingen is verboden en kan leiden tot het naar huis sturen van de betreffende leerling. Drank meenemen op kamers kan eveneens tot het naar huis sturen van de leerling leiden.
  5. Drank of andere verboden artikelen die in beslag genomen worden, gaan niet terug naar de leerling.

Leerlingen die zich niet aan de regels houden en/of zich misdragen kunnen door de leiding bestraft worden. Verdere disciplinaire maatregelen kunnen ook op school opgelegd worden.